Voor sommige games is geen ruimte in GMR. Zo kreeg ik van hoofdredacteur Jesse onlangs 7 Wonders voor de DS en Super Collapse 3 voor de PSP mee. Een week lang speelde ik ze grijs, samen met mijn vrouw. Om vervolgens te horen te krijgen dat het blad al vol zat en ik er geen reviews van hoefde te maken. Dan maar een blogstukje.
7 Wonders en Super Collapse 3 zijn beide puzzelgames, al noem ik ze liever abstracte actiegames. Puzzels zijn namelijk statisch: je kijkt er een tijdje naar, denkt erover na, en lost ze dan op. Maar dit soort spellen, waarvan Tetris de bekendste is, zijn allesbehalve statisch. Als je geen actie onderneemt, ga je hartstikke dood. Maar deze games proberen in tegenstelling tot bijvoorbeeld shooters niet om de werkelijkheid na te bootsen. Vandaar dus ‘abstracte’ actiegames.
Beide zijn uitgegeven door Funsta, een label van Codemasters dat net als Nintendo en bijvoorbeeld PopCap de harten wil veroveren van mensen die zichzelf niet zien als gamers, maar stiekem toch graag spelletjes spelen (iedereen dus).
Wereldwonder
Eerst 7 Wonders voor de Nintendo DS. Deze game lijkt sterk op Bejeweled en dus ook op varianten als Zoo Keeper en Puzzle Quest. Het veld is gevuld met ‘tegels’ die je van plek moet verwisselen om rijen van drie te maken. Maar er is een twist: op de plekken waar je rijen maakt, verdwijnt de achtergrond. Voor je naar het volgende level mag, moet je de hele achtergrond vrijspelen. Dit voegt net genoeg toe om 7 Wonders uniek te maken. En als je het mij vraagt net wat leuker dan Bejeweled.
7 Wonders speelt lekker op de DS. Bij Zoo Keeper irriteerde ik me eraan dat er altijd een cursor in beeld bleef. Prima dat je ook met de knoppen kunt spelen, maar als ik met de stylus speel, moet de cursor opzouten.
Het grootste nadeel is merkwaardig voor dit genre. Abstracte actiegames zijn bijna per definitie eindeloos speelbaar, maar met 7 Wonders ben je vrij snel klaar. Heb je alle zeven klassieke wereldwonderen gebouwd (en dat is verrassend snel gepiept), dan kun je a) hetzelfde nog eens doen, waar je dan anders gekleurde vaantjes voor krijgt, of b) het Rune Quest spelen, waarin het speldoel subtiel anders is. Maar bij deze alternatieve stand krijg je niet eens een beloning als je slaagt.
Een oneindig speelbare stand had, haha, wereldwonderen gedaan.
Superinstorting
Super Collapse 3 voor de PSP is op dit punt veel beter. Naast een stuk of zeven speelstanden, waarin je naar een steeds hoger niveau kunt opklimmen, is er een Quest Mode waarin je level na level moet uitspelen met verschillende uitdagingen. Daar verdien je dan muntjes mee, die je kunt uitgeven in een winkeltje met power-ups en extra items.
Wel weer een zwaktebod trouwens: de Quest Mode speelt zich af op een landkaart met gebieden als bos, ijs, sneeuw en wolken. Er zijn geen personages, je gaat alleen van de ene naar de andere uitdaging, en toch voelden de makers zich genoodzaakt om deze clichématige gamemetafoor toe te voegen. Kennelijk is er niets beters te bedenken als je je spel wat meer body wilt geven. (”If it feels shallow, just add a world map!“)
De speelstanden zijn ook niet allemaal even geslaagd. Het idee van Super Collapse is dat je velden van tegeltjes in dezelfde kleur wegklikt. Dat wordt moeilijker naarmate er meer kleuren bij komen en er sneller nieuwe rijen verschijnen. Dat is Classic. Slide is stompzinnig te noemen. Daarbij schuiven de tegels willekeurig door het scherm à la een schiettent op de kermis. De beste tactiek blijkt de cursor als een razende over het scherm te bewegen en vervolgens zo snel mogelijk op een knop te drukken.
Het leukst vond ik Strategy: daarin komt er voor elk veld dat je wegklikt een rij bij. Kwestie van strategisch klikken…
17:40 op 30 juni, 2008
[...] worden (met als triest dieptepunt Mad Tracks). Dat geldt ook voor de puzzelgame (ja, ook volgens de Niels-criteria) Buku Sudoku. Of toch niet? Bij het spelen van Buku Sudoku bevond ik me in een spagaat. Voor welke [...]