Spore, de ‘evolutiegame’ van Will Wright, heeft ontegenzeggelijk een wetenschappelijk smaakje. Maar wat vinden de echte experts van het spel? John Bohannon van het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Science liet een aantal wetenschappers de game spelen en vroeg ze naar hun mening.
Voordat Spore uitkwam, was Bohannon er zelf zeker over te spreken. “In een game-industrie van 11 miljard dollar, gedomineerd door saaie en bloederige first-person shooters - en in een land waar de helft van de mensen evolutie niet accepteert - is een blockbuster die wetenschap aan een groot publiek presenteert hard nodig”, schrijft hij in dit artikel.
Maar nu is hij aanmerkelijk minder enthousiast. “Het probleem is niet dat Spore de boel versimpelt of een paar dingen fout doet,” zegt hij. “Het is tenslotte een spel. Maar de meeste biologie in de game is volgens wetenschappers totaal verkeerd, vaak op een bizarre manier, en dat zonder reden.”
Organismen uit de ruimte
Het eerste stadium van Spore, Cell, deed het nog redelijk in Bohannons testsessies. T. Ryan Gregory, een van de evolutiebiologen die naar dit gedeelte keek, prijst de manier waarop de schaal verandert als je groeit. “Hierbij worden alle organismen die eerst net zo groot waren als jij en op jou jaagden relatief kleiner, zodat jij hún op kunt eten. Dat bevalt me.” Andere wetenschappers zijn beduidend minder positief dan Gregory, maar hebben inhoudelijk nog niet bijster veel op dit Pac-Man-achtige onderdeel aan te merken.
Dat verandert bij het tweede stadium: Creature. “Het probleem is dat het spel zo goed als geen onderdelen bevat van evolutie zoals wij het mechanisme begrijpen,” zegt Gregory hierover. “De soorten hebben geen gezamenlijke voorvaders; elke soort is terug te leiden tot een verschillend eencellig organisme dat uit de ruimte is komen vallen.” Ook is er geen biologische variatie en geen natuurlijke selectie, stelt de wetenschapper. “Andere leden van je soort zijn altijd klonen van jezelf en doodgaan heeft geen gevolgen.”
Ongericht proces
Over het in elkaar zetten van je Spore-wezen zegt Gregory: “Het enige wat de vorm van een organisme bepaalt, is wat de speler er cool uit vindt zien. En zelfs dat doet er niet toe, want uiteindelijk word je gedwongen te evolueren naar een aardse, intelligente gewervelde.” Onwetenschappelijk, oordeelt de bioloog. Het is niet het ‘doel’ van evolutie om wandelende, sprekende, gewervelde beesten op te leveren; het proces is ongericht en niet intelligent.
Niet dat Spore stiekem Intelligent Design (ID) steunt, het ‘alternatief’ voor Darwiniaanse evolutie waarbij een (al dan niet goddelijke) ontwerper opgevoerd wordt. ID-voorvechter Michael Behe bekeek het spel ook, en concludeert dat het “niets met echte wetenschap te maken heeft - noch met evolutie volgens Darwin, noch met Intelligent Design”. In plaats daarvan maakt hij een vergelijking met Pokémon - wat waarschijnlijk niet Wrights bedoeling was…
Zesje voor antropologie
Over het derde en het vierde stadium van Spore, Tribe (stam) en Civilization (beschaving), oordeelt antropoloog William Bainbridge. Van alle testpersonen levert hij de meest ongezouten kritiek op het spel zelf (“Ik veracht Spore,” aldus de wetenschapper). Over de wetenschappelijke inhoud is iets hij genuanceerder. Wat het Tribe-gedeelte betreft zegt hij: “Er zijn niet echt stammen, want stammen komen voort uit verwantschap en daar is hier geen sprake van. Als Spore een game was gebaseerd op evolutie, dan zou er biologische voortplanting in gezeten hebben, families en de basis van het meeste van wat de antropologie bestudeert.” Toch geeft hij de wetenschap in dit deel van het spel een zesje - hoger dan de cijfers die de biologen uitdeelden - want: “Er is een cultureel-antropologische basis voor het uitwisselen van geschenken, en dat laat Spore zien.”
De sociologie in het Civilization-deel krijgt zelfs een kleine acht van Bainbridge. “Hoewel deze fase van het spel kort is, bevat hij toch veel van wat revelant is voor echte sociologie,” stelt de wetenschapper. “Denk daarbij aan de verdeling van het werk, publieke opinie en het feit dat religieuze bewegingen ontevredenheid bij mensen exploiteert.”
Struikelen over het leven
Het laatste stadium van Spore, Space, werd neergelegd bij Miles Smith van de NASA. In grote lijnen is deze astrofysicus positiever over het spel dan de meeste van zijn collega’s, maar ook hij ontkomt niet aan een aantal kritische kanttekeningen. Wat astrobiologie betreft, scoort het spel niet best omdat intelligent leven, in de woorden van Bohannon, “zo veelvuldig voorkomt in het heelal dat je er in bijna elk zonnestelsel over struikelt”.
Ook merkt Smith op dat het spel de natuurwetten niet respecteert door toe te staan dat spelers sneller dan het licht reizen. (Maar goed: het aantal sciencefictionspellen en -films dat zich wél aan die regel houdt, zal op één hand te tellen zijn.) Wel is Smith te spreken over de structuur van het sterrenstelsel waar je doorheen vliegt. Dit aspect geeft hij een negen.
Niet waargemaakte belofte
Bohannons eindoordeel: “In tegenstelling tot wat de marketing van tevoren beweerde, heeft Spore weinig te maken met wetenschap, evolutie in het bijzonder. Dat is erg jammer, want met kleine aanpassingen had het spel die belofte wél waar kunnen maken.”
De wetenschapsjournalist vestigt zijn hoop nu maar op de vervolgen, die er vast wel gaan komen. En als in de tussentijd maar genoeg druk geoefend wordt op de ontwikkelaars vanuit wetenschappelijke hoek, “zal Spore misschien wel evolueren.”

LittleBigPlanet
Coole platformlevels, gezellige multiplayer opties, bergen creatieve mogelijkheden en verrassend veel uitdaging – LittleBigPlanet is inderdaad geweldig. Zet die centen maar vast opzij voor de 24e oktober, want Sackboy ownt hard.
Laat een reactie achter